Dringende medische hulp in gevaar: het Parlement maakt zich op om te stemmen over een te onduidelijke wet

Dringende medische hulp in gevaar: het Parlement maakt zich op om te stemmen over een te onduidelijke wet

Email
Het ontwerp tot hervorming van de dringende medische hulp (hierna DMH genoemd) dat deze donderdag in plenaire zitting behandeld wordt, verontrust de medische sector en sociale organisaties. Er wordt gevreesd dat de DMH die momenteel verleend wordt aan de meest kwetsbaren, langzaamaan gereduceerd zal worden tot er niets meer van over blijft.

Het ontwerp tot hervorming van de dringende medische hulp (hierna DMH genoemd) dat deze donderdag in plenaire zitting behandeld wordt, verontrust de medische sector en sociale organisaties. Er wordt gevreesd dat de DMH die momenteel verleend wordt aan de meest kwetsbaren, langzaamaan gereduceerd zal worden tot er niets meer van over blijft.

Definitie van DMH en de noodzaak om het in de wet op te nemen

DMH is een vorm van maatschappelijke dienstverlening van de Staat bestaande uit medische, preventieve of curatieve, ambulante of in een ziekenhuis verstrekte zorgen, verleend aan behoeftige personen zonder wettig verblijf. Het dringende karakter van de noodzakelijke medische hulp moet door een arts bevestigd worden in een attest.

Deze definitie, die door het Koninklijk Besluit van 12/12/1996 bepaald wordt, kan aangepast worden door de overheid op basis van het gevoerde beleid. Daar schuilt het probleem. 

Minister Ducarme rechtvaardigt de hervorming namelijk vanuit de noodzaak om misbruik te bestrijden. Hij toont dit misbruik aan op basis van twijfelachtige cijfers aangezien ze afkomstig zijn van een verslag opgesteld door één enkele arts van de HZIV en waarvan de steekproef van de analyse niet duidelijk is. De minister heeft al aangekondigd dat hij deze hulp zou wil inperken tot “noodzakelijke, onvermijdelijke, essentiële zorgen”.Hij baseert zich overigens op het rapport van een adviserend arts van de HZIV van 18/11/2016 [FV1] die een bijzonder problematische definitie van dringende medische hulp hanteert om de dossiers te onderzoeken, namelijk: “snel medische zorgen verstrekken om een risicovolle medische situatie te vermijden voor een persoon of zijn omgeving”.

Deze definitie komt niet overeen met deze van het Koninklijk Besluit van 12 december 1996 - betreffende de dringende medische hulp - die verduidelijkt dat dringende medische hulp “zowel ambulant [kan] worden verstrekt als in een verplegingsinstelling [en] zorgverstrekking [kan] omvatten van zowel preventieve als curatieve aard”.

Een ingeperkte definitie van DMH zal resulteren in meer onmenselijke en duurdere situaties voor de Staat aangezien het vanzelfsprekend is dat hoe vroeger een medisch probleem aangepakt wordt, hoe minder duur de behandeling is. Het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten legt hierop duidelijk de nadruk in het rapport “Cost of exclusion from healthcare”. [1]

Aangezien het om een fundamenteel recht gaat die de menselijke waardigheid aangaat, moet de definitie van DMH als ingreep in zowel preventieve als curatieve medische zorgen in de wet worden opgenomen en niet naar goeddunken overgelaten worden aan de beoordeling van de regering in functie van het gevoerde beleid.

Het hervormingsontwerp is onvolledig en niet transparant

Het huidige systeem dat al ingewikkeld is, moest hervormd worden om de administratieve taken van de OCMW’s te verminderen, om ongelijkheid te vermijden van de hulp die toegekend wordt door de OCMW’s en om de toegang tot deze hulp voor de armsten te verbeteren. De praktijk toont namelijk aan dat velen onder hen vreemdelingen in onwettig verblijf zijn die er niet in slagen om van deze DMH te genieten (slechts 10 tot 20% slaagt hierin volgens het rapport van het KCE - het Federaal Centrum voor de gezondheidszorg -  van 2015).

De voorgestelde hervorming komt slechts aan het eerste probleem tegemoet: het administratieve werk van de OCMW’s wordt inderdaad verminderd. Het systeem van DMH wordt daarentegen ingewikkelder aangezien er een procedure- en controleprincipe en sancties voor de zorgverstrekkers ingevoerd wordt door één enkele (!) controlearts van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (hierna HZIV[FV2]  genoemd). Een ander probleem is dat de wet niets zegt over de manier waarop deze controles uitgevoerd zullen worden, noch over de criteria die zullen gebruikt worden door de controlearts bij het nagaan van de attesten DMH die de artsen bij hun facturen toevoegen tijdens de zorgen die verstrekt worden aan personen zonder wettig verblijf. Indien de controlearts, op volstrekt willekeurige wijze, van mening is dat de zorgen in kwestie niet onder DMH vallen, zullen de betrokken artsen en zorgverstrekkers het bedrag dat de Staat hen had moeten geven voor de medische zorgen die ze verstrekt hebben, moeten terugbetalen.

Er zal op voorhand geen lijst van zorgen die in aanmerking komen voor DMH worden opgesteld aangezien de minister van oordeel is dat dit geleidelijk aan zal ontstaan uit de rechtspraak die ontwikkeld zal worden uit de uitgevoerde controles en opgelegde sancties. Dit wil concreet zeggen dat artsen en ziekenhuizen die mensen zonder papieren behandelen, steeds de vrees zullen hebben om zelf het bedrag te moeten betalen dat de Staat hun zou gegeven hebben in het geval de controlearts van mening zou zijn dat de toegekende zorgen niet onder DMH vallen. De zorgverstrekkers zouden ontmoedigd kunnen worden om zulke risico’s te nemen en op systematische wijze kunnen weigeren om personen die er nood aan hebben te verzorgen.

Hierdoor bevinden we ons in een Kafkaiaanse situatie: een wetsontwerp dat een fundamenteel recht hervormt zonder de exacte draagwijdte van dit recht te verduidelijken en dat voorziet in controles en sancties zonder de criteria en modaliteiten van deze controle te verduidelijken!

Het Parlement tekent hiermee in zekere zin een blanco cheque en geeft zo de vrije hand aan de regering om het naar eigen goeddunken aan te vullen, met als risico dat de DMH beperkt wordt tot “noodzakelijke, onvermijdelijke en essentiële” zorgen (Minister Ducarme) met een controle die uitgebreid wordt tot de zorgverstrekkers.

Gaat het om controle van zogenaamde misbruiken of draait het in werkelijkheid om een wijziging van de definitie van dringende medische hulp?

Het lijkt erop dat de regering onder het mom van een lege huls-ontwerp in werkelijkheid de aanpassing van het onderwerp door haarzelf beoogt door elk democratisch debat te vermijden. Dit zou in het Parlement onvermijdelijk de beperking van de reikwijdte van het recht zelf veroorzaken door een wijziging van de definitie en van de controlemodaliteiten van diegenen die het toepassen.

DMH maakt deel uit van het fundamentele recht van toegang tot gezondheidszorg, wat op zich de menselijke waardigheid, dat onze Belgische democratie onderschreven heeft, raakt. Dit recht moet als zodanig gedefinieerd worden in de wet en niet in Koninklijke Besluiten. Door het risico te nemen dat deze rechten ingeperkt worden, is er niet alleen sprake van een teruggang van ons land in de uitvoering van grondrechten, maar het zorgt er ook voor dat de medische sector voor onmenselijke keuzes geplaatst wordt: belangrijke zorgen weigeren of ze toekennen, maar het risico lopen om niet terugbetaald te worden...

De Ligue des droits de l’homme en Dokters van de Wereld denken dat er ernstig moet nagedacht worden over dit wetsontwerp teneinde een definitie van DMH, duidelijke criteria voor het openen van dit recht en duidelijke controlemodaliteiten op te nemen, rekening houdend met de vaststellingen van het KCE en van praktijkbeoefenaars uit de medische sector.

Alexis DESWAEF, President Ligue des Droits de l’Homme

Pierre VERBEEREN, Directeur Dokters van de Wereld

Sotieta NGO, Directeur Ciré (Coordination et Initiatives pour Réfugiés et Etrangers)