Het gevoel dat alleen luisteren écht niet genoeg is...
Gewijzigd op: 20/01/2011, 11h04
Frank Vanbiervliet, coördinator van de Belgische Projecten van Dokters van de Wereld, over zijn ervaringen tijdens de winterconsultaties aan de daklozen.
Als coördinator hele dagen van vergaderingen naar budgetplanning achter je bureau en terug naar een vergadering schipperen is maar niets – af en toe moet je even uit die ivoren toren afdalen en opnieuw ‘voelen’ waar Dokters van de Wereld echt mee bezig is. Zo is eens meedraaien aan het onthaal van een project niet slecht. Maar als verpleegkundige geeft af en toe de handen mee uit de mouwen steken in het winterplan me de meeste voldoening.
Met de tijd lukt spreken voor een publiek me alsmaar beter – groot, klein, artsen, scherpgeestige academici of wilde adolescenten, maakt niet uit. Aanbevelingen uit de doeken voor een kritische journalist? Geen probleem. Met een team of een coördinator meedenken over de strategie van een project? Kom maar op. Maar de verkleumde daklozen die tegenover me zitten in de winterconsultatie? Ik zit vaak met mijn mond vol tanden, met het gevoel dat enkel luisteren écht niet genoeg is.
Bart is nog maar net 18. Hij heeft een voortdurende hoest en wat koorts. Hij vertelt dat hij nog maar een paar dagen op straat leeft. “Buitengezet door zijn moeder in een dronken bui,” geeft hij toe. Uit zijn wat verwarde verhaal, valt af te leiden dat hij een lichte verstandelijke handicap heeft en ook net gestopt is met het nemen van antipsychotische medicatie. Hij heeft geen enkele vertrouwenspersoon of familielid waarbij hij terecht kan, “maar hij is er zeker van dat het hem alleen ook wel zal lukken”. Hoewel er nog geen contact heeft plaatsgevonden met het OCMW, hoopt hij dat ze hem daar snel kunnen helpen met het vinden van een begeleide woonplek. Ik geef hem wat hoestsiroop en tabletjes tegen de koorts mee en leg uit hoe hij een dokter kan zien moest de koorts over een paar dagen nog niet beter zijn. Op de avondbriefing blijkt dat ook Matthieu, de maatschappelijke werker van de Samu social, Bart spontaan gedetecteerd heeft als een kwetsbaar iemand die extra begeleiding nodig heeft – samen plannen we een opvolging.
Basam spreekt slecht Engels, laat staan Frans of Nederlands. Hij haalt meteen een dikke stapel papieren boven, met bovenaan zijn ‘annex 26’ oftewel zijn bewijs dat hij – eergisteren nog maar – een asielaanvraag heeft gedaan bij de Dienst Vreemdelingenzaken. 34 jaar, net even oud als ik, een Kurd uit Irak. Zoals zovelen heeft hij van Fedasil geen toewijzing gekregen, er was geen opvangplaats meer voor hem.
Hij heeft al jaren pijn in zijn knie en vraagt aanvankelijk of er geen operatie mogelijk is. Ik leg hem uit dat hij regelmatig terug naar de Dispatching van Fedasil moet om opnieuw een plaats te gaan vragen – de eerste stap is een opvangplaats vinden. Daarop begint hij me uit te leggen dat hij eigenlijk overal pijn heeft, vooral ter hoogte van de schouders, de nek en zijn hoofd. Hij zou al een week niet meer geslapen hebben en denkt dat hij te angstig zal zijn om deze eerste nacht in de opvang te slapen. Ik denk aan onze psychotherapeute van het COZO, die zo vaak hamert op de subtiele symptomen van posttraumatische stress die vaak onderkend worden, maar de omgeving is niet ‘veilig’ genoeg om in die richting met Basam verder te graven. Ik geef hem een onschuldig slaaptabletje op basis van een plantenextract maar dring erop aan dat hij in ons COZO langs zou komen, waar in alle rust en met een tolk doorgepraat kan worden. Basam gaat akkoord, maar het is nog maar de vraag of hij echt de stap zal zetten…
Ik kan nog even doorgaan. Alle honderden patiënten die gedurende een winterplan gezien worden hebben hun eigen verhaal, dat ze vaak maar met stukjes en beetjes vertellen. En telkens opnieuw zijn de antwoorden op de vragen die hen bezighouden verre van evident. Na elke consultatie groeit mijn respect ook alweer voor al die vrijwilligers die erin slagen om hun gevoel van ontwapening te overstijgen, de raadpleging desondanks in goede banen te leiden en er telkens ook opnieuw te zijn voor de mensen op straat. Wat me verder ook opvalt, is de complexiteit van de problemen en levensomstandigheden van de mensen die in de Samu social opgevangen worden. En complexe problemen zijn niet te herleiden tot eenvoudige oplossingen, ook niet als de journalist of het grote publiek daarnaar vraagt. Ja, dat lijkt me een goede conclusie om terug mee te nemen naar mijn ivoren toren op de tweede verdieping van de Artesiëstraat in Brussel…
Frank Vanbiervliet – Coördinator Belgische projecten
December 2010
Photos : (c) Viviane Joakim et Frédéric Pauwels/Luna
Als coördinator hele dagen van vergaderingen naar budgetplanning achter je bureau en terug naar een vergadering schipperen is maar niets – af en toe moet je even uit die ivoren toren afdalen en opnieuw ‘voelen’ waar Dokters van de Wereld echt mee bezig is. Zo is eens meedraaien aan het onthaal van een project niet slecht. Maar als verpleegkundige geeft af en toe de handen mee uit de mouwen steken in het winterplan me de meeste voldoening.
Met de tijd lukt spreken voor een publiek me alsmaar beter – groot, klein, artsen, scherpgeestige academici of wilde adolescenten, maakt niet uit. Aanbevelingen uit de doeken voor een kritische journalist? Geen probleem. Met een team of een coördinator meedenken over de strategie van een project? Kom maar op. Maar de verkleumde daklozen die tegenover me zitten in de winterconsultatie? Ik zit vaak met mijn mond vol tanden, met het gevoel dat enkel luisteren écht niet genoeg is.
Bart is nog maar net 18. Hij heeft een voortdurende hoest en wat koorts. Hij vertelt dat hij nog maar een paar dagen op straat leeft. “Buitengezet door zijn moeder in een dronken bui,” geeft hij toe. Uit zijn wat verwarde verhaal, valt af te leiden dat hij een lichte verstandelijke handicap heeft en ook net gestopt is met het nemen van antipsychotische medicatie. Hij heeft geen enkele vertrouwenspersoon of familielid waarbij hij terecht kan, “maar hij is er zeker van dat het hem alleen ook wel zal lukken”. Hoewel er nog geen contact heeft plaatsgevonden met het OCMW, hoopt hij dat ze hem daar snel kunnen helpen met het vinden van een begeleide woonplek. Ik geef hem wat hoestsiroop en tabletjes tegen de koorts mee en leg uit hoe hij een dokter kan zien moest de koorts over een paar dagen nog niet beter zijn. Op de avondbriefing blijkt dat ook Matthieu, de maatschappelijke werker van de Samu social, Bart spontaan gedetecteerd heeft als een kwetsbaar iemand die extra begeleiding nodig heeft – samen plannen we een opvolging.
Basam spreekt slecht Engels, laat staan Frans of Nederlands. Hij haalt meteen een dikke stapel papieren boven, met bovenaan zijn ‘annex 26’ oftewel zijn bewijs dat hij – eergisteren nog maar – een asielaanvraag heeft gedaan bij de Dienst Vreemdelingenzaken. 34 jaar, net even oud als ik, een Kurd uit Irak. Zoals zovelen heeft hij van Fedasil geen toewijzing gekregen, er was geen opvangplaats meer voor hem.
Hij heeft al jaren pijn in zijn knie en vraagt aanvankelijk of er geen operatie mogelijk is. Ik leg hem uit dat hij regelmatig terug naar de Dispatching van Fedasil moet om opnieuw een plaats te gaan vragen – de eerste stap is een opvangplaats vinden. Daarop begint hij me uit te leggen dat hij eigenlijk overal pijn heeft, vooral ter hoogte van de schouders, de nek en zijn hoofd. Hij zou al een week niet meer geslapen hebben en denkt dat hij te angstig zal zijn om deze eerste nacht in de opvang te slapen. Ik denk aan onze psychotherapeute van het COZO, die zo vaak hamert op de subtiele symptomen van posttraumatische stress die vaak onderkend worden, maar de omgeving is niet ‘veilig’ genoeg om in die richting met Basam verder te graven. Ik geef hem een onschuldig slaaptabletje op basis van een plantenextract maar dring erop aan dat hij in ons COZO langs zou komen, waar in alle rust en met een tolk doorgepraat kan worden. Basam gaat akkoord, maar het is nog maar de vraag of hij echt de stap zal zetten…
Ik kan nog even doorgaan. Alle honderden patiënten die gedurende een winterplan gezien worden hebben hun eigen verhaal, dat ze vaak maar met stukjes en beetjes vertellen. En telkens opnieuw zijn de antwoorden op de vragen die hen bezighouden verre van evident. Na elke consultatie groeit mijn respect ook alweer voor al die vrijwilligers die erin slagen om hun gevoel van ontwapening te overstijgen, de raadpleging desondanks in goede banen te leiden en er telkens ook opnieuw te zijn voor de mensen op straat. Wat me verder ook opvalt, is de complexiteit van de problemen en levensomstandigheden van de mensen die in de Samu social opgevangen worden. En complexe problemen zijn niet te herleiden tot eenvoudige oplossingen, ook niet als de journalist of het grote publiek daarnaar vraagt. Ja, dat lijkt me een goede conclusie om terug mee te nemen naar mijn ivoren toren op de tweede verdieping van de Artesiëstraat in Brussel…
Frank Vanbiervliet – Coördinator Belgische projecten
December 2010
Photos : (c) Viviane Joakim et Frédéric Pauwels/Luna
/B_afficher_article>











5 laatste infos