Een bezoek aan het Winterplan
Gewijzigd op: 6/04/2011, 11h29
Ik had besloten mij voor een avond vrijwillig aan te melden als onthaalmedewerkster van het Winterplan van Dokters van de Wereld. Eerlijk gezegd zag ik er als een berg tegenop. Ik ben/was bang voor de confrontatie met de ellende, de eenzaamheid, de agressie en de hopeloosheid van de mensen. De daklozen die ik bij mij in de buurt dagelijks op straat tegen kom roepen meestal een bepaald soort afkeer vermengd met compassie bij me op - in de Marollen zie ik ze vaak al ’s ochtends vroeg als ik naar kantoor fiets met een fles op straat rondlopen...verwaarloosd en verloederd.
De man die zijn optrekje heeft genomen met zijn kartonnen dozen en stapels dekens op de Waterloolaan, onder het afdak van een kantoorgebouw naast het Louizaplein, roept keer op keer een gevoel van moedeloosheid bij me op - het komt me zo vreselijk onaanvaardbaar voor dat hij daar in die omstandigheden de winter doorbrengt...Ik vraag me dikwijls af hoe hij in die omstandigheden beland is en hoelang hij in die omstandigheden zijn bestaan kan lijden. Ik vraag me ook wel eens af of ik hem niet zou kunnen helpen. Of ik iets voor hem zou kunnen betekenen. Hem koffie gaan aanbieden ’s ochtends bijvoorbeeld. In vergelijking met hem - en ongetwijfeld met vele anderen, zoals de mannen die de nacht doorbrengen in en rond het Centraal Station - zijn de mannen die onderdak vinden in de Samu Social van Etterbeek in de Veldstraat er goed aan toe. Het gebouw biedt hen onderdak, warm eten, een ontbijt, ze kunnen zich douchen, het is er warm, er is een zeker comfort...tot eind maart. Dan sluit het centrum zijn deuren.
Tijdens de inschrijvingen voor het spreekuur bij de verpleegsters gisterenavond realiseerde ik me al snel dat ze een bijzonder moeilijk bestaan hebben...sommigen hebben echt dringende medische hulp nodig, anderen lijken eerder behoefte te hebben aan aandacht, tijd voor een gesprek, een luisterend oor.
Ik vond het een bijzonder confronterende avond. De ontvangst van de projectcoördinator was vriendelijk en kordaat.. Deze werkelijkheid is hem uiteraard al langer dan vandaag bekend. Mij niet. Ik vertelde hem over mijn angst. Hij was er vol begrip voor. Hij had voldoende rust en blijkbaar voldoende vertrouwen in mijn "mens-zijn" om mij de ontvangst tijdens het medisch spreekuur toe te vertrouwen.
Gelukkig hebben de verpleegsters Isabelle en Colette deze winter al volop ervaring opgedaan. Zij weten wat deze mensen komen zoeken. Zij zijn ook aanwezig om te helpen, om dienst te verlenen. Om mensen te verzorgen, om hen te woord te staan....ik kwam met angst en een zekere weerzin om met dit aspect van de werkelijkheid opnieuw kennis te maken. De man op straat is onbekend voor mij. Anoniem. Ik kan met een grote boog om hem heen fietsen. Soms kan ik een bijzonder aandoenlijke zwerver een muntstuk geven, als ik er niet bij stil sta dat hij er hoogstwaarschijnlijk bier mee gaat kopen. Meestal is dat dan een argument om niets te willen geven.
Hier in Etterbeek krijgen de mensen een naam, een gezicht, een stem waarmee ze uiting geven aan hun angsten, hun lijden, hun verdriet. Sommigen zijn verbazingwekkend jong. Er zijn mannen die er veel ouder uitzien dan ze zijn. Eén van hen was amper twee weken ouder dan ik. Ik dacht dat hij een ver stuk in de vijftig was. Hij zag er beroerd uit. Het leven op straat is hard. Dat kun je zien. Veel mannen hebben een ernstige hoest, klagen over keelpijn, voelen zich ziek. Dat zijn ze waarschijnlijk ook. Ze hebben aandacht nodig, zorg, liefde, ongetwijfeld.
Eén van hen werd agressief. Het was al lang half elf en er was nog een lange lijst van mannen die zich waren komen melden voor het spreekuur maar die weer verdwenen waren. Hij had het koud, zei hij. Ik begreep niet wat hij wilde. Hij kreeg een kledingstuk van Colette.
Beatrice had de avond doorgebracht met één van de mannen. De enquêtes van Dokters van de Wereld zijn blijkbaar een goede aanleiding om een gesprek aan te gaan, een soort vorm van sociale assistentie te verlenen.
Indrukwekkend. Ik ben onder de indruk van het werk dat de vrijwilligers verlenen. Te zien dat er mensen zijn die zich inzetten om deze mensen te helpen.
Of ik terug zou gaan om opnieuw te gaan helpen? Misschien wel goed om dat te doen. Om te leren op een andere manier naar onze minder bedeelde medemens te kijken. Om te proberen om vanuit het geluk dat wij hebben om een comfortabel bestaan te leiden hen wat van onze overvloed en geluk geven, er zijn voor hen, al was het maar voor een avond.
Leonieke Carlas
/B_afficher_article>











5 laatste infos